4. Het eerste concept
320/06/01. De kick-off van Operatie Selling the lord was op het eerste gezicht een typische kick-off, zoals we die altijd houden aan het begin van een project: taken verdelen, beetje brainstormen, en tot slot een potje pep-talk van de projectleider. Maar omdat het hier een bijzonder project betrof, waren allevier de partners projectleider.
Er mocht niks misgaan!
Onze secretaresse had twee grote potten koffie gemaakt en we hadden voor deze gelegenheid een notuliste van het uitzendbureau gehaald. De eerste woorden die ze noteerde waren: Hoe zet je een godsdienst in de markt? Met drie resolute strepen eronder. We besloten een rondje te doen om te kijken wat godsdienst voor elk van ons betekende. Ryland beet het spits af. Hij vertelde over de rituelen die ze bij hem thuis hadden, en die hij nog steeds praktizeerde. De offers aan de oppergod en de gebeden tot de god van de liefde, de god van de gezondheid en de god van de rijkdom. De feesten die ze hielden om de duivel te misleiden en de talismannen die ze droegen om de goden te behagen en de duivel te verjagen. Over de liederen en de dansen. Religie was voor Ryland een vanzelfsprekendheid. Als je het niet had liep je risico's. Voor Norbert was religie niet meer een geloof dan een godsdienst: als je geloofde dat iemand de baas was over alle mensen, dan hoefde je verder niet allemaal theater te maken met dansen en drankjes en dagelijkse taken. Ingmar had zich zitten opwinden bij de woorden van zijn collega. Religie was voor hem een continue strijd tegen de elementen. Je moest de goden van de wind, het water, het vuur en de aarde tevreden houden. Zo niet, dan kon het elk moment afgelopen zijn. Met jou, maar ook met je familie, je stad of zelfs het land. Goden waren veeleisend. Alles dat minder was dan onvoorwaardelijke trouw kon hun toorn wekken. Tenslotte mocht ik mijn zegje doen. Ik vertelde dat ik geloof een raar woord vond. Je gelooft toch ook niet in je ouders? Maar goed, als ik miin collega's zo hoorde dan neem ik aan dat zij met geloof bedoelde wat voor mij alles is wat geweest is. Mensen die zijn gestorven, tijden die zijn voorbijgegaan, plaatsen die zijn bezocht. De voorbije wereld, dat is mijn religie. Die helpt me als ik in nood ben en die wijst me de weg totdat ik zelf voorbije wereld ben.
Mooi, dat zijn onze geloven. En wat vertelde die Barnabas over het geloof van de Christenen? Dat ze geloofden in een soort vader van alle mensen, die hoog in de lucht woonde. Iemand die van iedereen hield en in wiens omhelzing je zou komen als je tijdens je leven goed je best deed. Maar omdat deze god de vader zo graag had dat iedereen zich uiteindelijk aan zijn borst zou vleien, kon hij ook in toorn ontsteken als iemand niet goed zijn best deed. Dan kon hij je straffen met allerlei rampen.
We dachten zo, dat als we een waarlijk multinationale godsdienst moesten zien te krijgen, dat we dan voor elk wat wils moesten bedenken. Een god van toorn en liefde en wijsheid en inspiratie en troost. Een veelzijdige persoon, waar iedereen zich in kon herkennen. Waar je geen andere goden bij nodig had. Een figuur van verpletterende grootheid en bovenaardse macht.
Okay, zei Norbert, bovenaardse macht is goed, maar ook abstract en ver weg. Het goeie van die Christenen is juist dat die vader een zoon heeft, die op aarde heeft rondgelopen. Die iedereen heeft kunnen zien. Die sporen heeft achtergelaten. Dat is inderdaad van strategisch belang, reageerde de mystiek ingestelde Ryland zuinigjes. Maar dan wil ik er nog een derde figuur bijhalen. Iemand die voor eenheid zorgt. Ik heb het gevoel dat er iets ontbreekt. Je hebt de kracht van de vader, en daarbij de zwakte van de zoon... Ik heb behoefte aan iets ongrijpbaars. Inspiratie. bevlogenheid, geestdrift. Ik begreep Ryland en pikte het idee op. Ja, geestdrift. Iets dat in de lucht hangt. Een heilige geest. En samen zijn ze God!
We glimlachten breed en high-fiveden elkaar. We hadden ons eerste concept: De heilige drieeenheid. We zagen de contouren van een fraai moodboard voor ons geestesoog opdoemen. Tijd voor een drink.
Er mocht niks misgaan!
Onze secretaresse had twee grote potten koffie gemaakt en we hadden voor deze gelegenheid een notuliste van het uitzendbureau gehaald. De eerste woorden die ze noteerde waren: Hoe zet je een godsdienst in de markt? Met drie resolute strepen eronder. We besloten een rondje te doen om te kijken wat godsdienst voor elk van ons betekende. Ryland beet het spits af. Hij vertelde over de rituelen die ze bij hem thuis hadden, en die hij nog steeds praktizeerde. De offers aan de oppergod en de gebeden tot de god van de liefde, de god van de gezondheid en de god van de rijkdom. De feesten die ze hielden om de duivel te misleiden en de talismannen die ze droegen om de goden te behagen en de duivel te verjagen. Over de liederen en de dansen. Religie was voor Ryland een vanzelfsprekendheid. Als je het niet had liep je risico's. Voor Norbert was religie niet meer een geloof dan een godsdienst: als je geloofde dat iemand de baas was over alle mensen, dan hoefde je verder niet allemaal theater te maken met dansen en drankjes en dagelijkse taken. Ingmar had zich zitten opwinden bij de woorden van zijn collega. Religie was voor hem een continue strijd tegen de elementen. Je moest de goden van de wind, het water, het vuur en de aarde tevreden houden. Zo niet, dan kon het elk moment afgelopen zijn. Met jou, maar ook met je familie, je stad of zelfs het land. Goden waren veeleisend. Alles dat minder was dan onvoorwaardelijke trouw kon hun toorn wekken. Tenslotte mocht ik mijn zegje doen. Ik vertelde dat ik geloof een raar woord vond. Je gelooft toch ook niet in je ouders? Maar goed, als ik miin collega's zo hoorde dan neem ik aan dat zij met geloof bedoelde wat voor mij alles is wat geweest is. Mensen die zijn gestorven, tijden die zijn voorbijgegaan, plaatsen die zijn bezocht. De voorbije wereld, dat is mijn religie. Die helpt me als ik in nood ben en die wijst me de weg totdat ik zelf voorbije wereld ben.
Mooi, dat zijn onze geloven. En wat vertelde die Barnabas over het geloof van de Christenen? Dat ze geloofden in een soort vader van alle mensen, die hoog in de lucht woonde. Iemand die van iedereen hield en in wiens omhelzing je zou komen als je tijdens je leven goed je best deed. Maar omdat deze god de vader zo graag had dat iedereen zich uiteindelijk aan zijn borst zou vleien, kon hij ook in toorn ontsteken als iemand niet goed zijn best deed. Dan kon hij je straffen met allerlei rampen.
We dachten zo, dat als we een waarlijk multinationale godsdienst moesten zien te krijgen, dat we dan voor elk wat wils moesten bedenken. Een god van toorn en liefde en wijsheid en inspiratie en troost. Een veelzijdige persoon, waar iedereen zich in kon herkennen. Waar je geen andere goden bij nodig had. Een figuur van verpletterende grootheid en bovenaardse macht.
Okay, zei Norbert, bovenaardse macht is goed, maar ook abstract en ver weg. Het goeie van die Christenen is juist dat die vader een zoon heeft, die op aarde heeft rondgelopen. Die iedereen heeft kunnen zien. Die sporen heeft achtergelaten. Dat is inderdaad van strategisch belang, reageerde de mystiek ingestelde Ryland zuinigjes. Maar dan wil ik er nog een derde figuur bijhalen. Iemand die voor eenheid zorgt. Ik heb het gevoel dat er iets ontbreekt. Je hebt de kracht van de vader, en daarbij de zwakte van de zoon... Ik heb behoefte aan iets ongrijpbaars. Inspiratie. bevlogenheid, geestdrift. Ik begreep Ryland en pikte het idee op. Ja, geestdrift. Iets dat in de lucht hangt. Een heilige geest. En samen zijn ze God!
We glimlachten breed en high-fiveden elkaar. We hadden ons eerste concept: De heilige drieeenheid. We zagen de contouren van een fraai moodboard voor ons geestesoog opdoemen. Tijd voor een drink.
