zaterdag, september 30, 2006

4. Het eerste concept

320/06/01. De kick-off van Operatie Selling the lord was op het eerste gezicht een typische kick-off, zoals we die altijd houden aan het begin van een project: taken verdelen, beetje brainstormen, en tot slot een potje pep-talk van de projectleider. Maar omdat het hier een bijzonder project betrof, waren allevier de partners projectleider.
Er mocht niks misgaan!

Onze secretaresse had twee grote potten koffie gemaakt en we hadden voor deze gelegenheid een notuliste van het uitzendbureau gehaald. De eerste woorden die ze noteerde waren: Hoe zet je een godsdienst in de markt? Met drie resolute strepen eronder. We besloten een rondje te doen om te kijken wat godsdienst voor elk van ons betekende. Ryland beet het spits af. Hij vertelde over de rituelen die ze bij hem thuis hadden, en die hij nog steeds praktizeerde. De offers aan de oppergod en de gebeden tot de god van de liefde, de god van de gezondheid en de god van de rijkdom. De feesten die ze hielden om de duivel te misleiden en de talismannen die ze droegen om de goden te behagen en de duivel te verjagen. Over de liederen en de dansen. Religie was voor Ryland een vanzelfsprekendheid. Als je het niet had liep je risico's. Voor Norbert was religie niet meer een geloof dan een godsdienst: als je geloofde dat iemand de baas was over alle mensen, dan hoefde je verder niet allemaal theater te maken met dansen en drankjes en dagelijkse taken. Ingmar had zich zitten opwinden bij de woorden van zijn collega. Religie was voor hem een continue strijd tegen de elementen. Je moest de goden van de wind, het water, het vuur en de aarde tevreden houden. Zo niet, dan kon het elk moment afgelopen zijn. Met jou, maar ook met je familie, je stad of zelfs het land. Goden waren veeleisend. Alles dat minder was dan onvoorwaardelijke trouw kon hun toorn wekken. Tenslotte mocht ik mijn zegje doen. Ik vertelde dat ik geloof een raar woord vond. Je gelooft toch ook niet in je ouders? Maar goed, als ik miin collega's zo hoorde dan neem ik aan dat zij met geloof bedoelde wat voor mij alles is wat geweest is. Mensen die zijn gestorven, tijden die zijn voorbijgegaan, plaatsen die zijn bezocht. De voorbije wereld, dat is mijn religie. Die helpt me als ik in nood ben en die wijst me de weg totdat ik zelf voorbije wereld ben.

Mooi, dat zijn onze geloven. En wat vertelde die Barnabas over het geloof van de Christenen? Dat ze geloofden in een soort vader van alle mensen, die hoog in de lucht woonde. Iemand die van iedereen hield en in wiens omhelzing je zou komen als je tijdens je leven goed je best deed. Maar omdat deze god de vader zo graag had dat iedereen zich uiteindelijk aan zijn borst zou vleien, kon hij ook in toorn ontsteken als iemand niet goed zijn best deed. Dan kon hij je straffen met allerlei rampen.
We dachten zo, dat als we een waarlijk multinationale godsdienst moesten zien te krijgen, dat we dan voor elk wat wils moesten bedenken. Een god van toorn en liefde en wijsheid en inspiratie en troost. Een veelzijdige persoon, waar iedereen zich in kon herkennen. Waar je geen andere goden bij nodig had. Een figuur van verpletterende grootheid en bovenaardse macht.

Okay, zei Norbert, bovenaardse macht is goed, maar ook abstract en ver weg. Het goeie van die Christenen is juist dat die vader een zoon heeft, die op aarde heeft rondgelopen. Die iedereen heeft kunnen zien. Die sporen heeft achtergelaten. Dat is inderdaad van strategisch belang, reageerde de mystiek ingestelde Ryland zuinigjes. Maar dan wil ik er nog een derde figuur bijhalen. Iemand die voor eenheid zorgt. Ik heb het gevoel dat er iets ontbreekt. Je hebt de kracht van de vader, en daarbij de zwakte van de zoon... Ik heb behoefte aan iets ongrijpbaars. Inspiratie. bevlogenheid, geestdrift. Ik begreep Ryland en pikte het idee op. Ja, geestdrift. Iets dat in de lucht hangt. Een heilige geest. En samen zijn ze God!
We glimlachten breed en high-fiveden elkaar. We hadden ons eerste concept: De heilige drieeenheid. We zagen de contouren van een fraai moodboard voor ons geestesoog opdoemen. Tijd voor een drink.

dinsdag, september 26, 2006

3. Selling the Lord

320/05/29 Gisteren hebben we samen met Barnabas het glas geheven op onze samenwerking. Tegelijk was het een voorlopig afscheid van onze gast uit Galilea. Hij gaat na een verblijf van vier maanden in New York terug naar zijn vrienden in Tiberias. Hij geeft ons volledige carte blanche tot hij, of een collega van hem, over 8 maanden naar ons zal komen voor een tussentijdse evaluatie.

We hadden voor deze gelegenheid een zaaltje gehuurd in het Waldoff Astoria. Ondanks het feit dat ik een sterk vermoeden heb dat er enig bloedverwantschap bestaat tussen mij en onze semitische vrienden was het Ryland die als gastheer optrad. Ingmar en Norbert hielden zich op de achtergrond en stelden zich tevreden met het controleren van het bedienend personeel van het Waldorf. In totaal waren we met z'n negenen: we hadden onze echtgenotes meegenomen, behalve Norbert, die afziet van omgang met vrouwen, en voor onze eregast hadden we een gezelschapsdame gehuurd.
Het werd een genoeglijke avond. Onze gast moest nogal wennen aan de cocktails van de nieuwe wereld, maar de Californische wijnen konden vanaf het begin op zijn goedkeuring rekenen.
Hoe de avond precies is afgelopen kan ik niet met zekerheid zeggen, maar ik herinner me dat Barnabas het hoogste woord had en ons kostelijk vermaakte met anecdotes over de sekte van de Christenen, en met name over haar leider Jesus van Nazareth. Het schijnt dat deze zoon van God zijn hand niet omdraaide voor een sterk staaltje meer of minder. Misschien kwam het door deze wonderlijke en inspirerende verhalen, misschien kwam het door de wijn, maar ik herinner me dat we de avond afsloten in een kring, met de armen om elkaars schouders, en met tranen in de ogen toasten op het toekomstige succes van Operatie Selling the Lord.

Vanmorgen, toen onze dierbare gast nog de slaap der onschuldigen sliep in een of ander bed, zaten de vennoten van I.N.R. & I. katerig bijeen in hun burelen. Geholpen door sloten koffie evalueerden we tevreden de afgelopen weken.

We zijn allemaal nogal opgewonden over het contract met onze buitenlandse klant. Daar is een aantal redenen voor. De eerste is dat we met deze overzeese opdrachtgever een internationaal bureau zijn geworden en daar zijn er niet zoveel van. Net zo belangrijk is dat het een ambitieuze klant is, voor wie de sky the limit is. Dat betekent dat we het merk Christendom, als we besluiten de naam in tact te laten, van de grond af kunnen opbouwen. Naam, huisstijl, slagzinnen, pay-offs, logo's, folders, posters, merchandising, the works. Het water loopt ons uit de mond.
Waar we ook erg trots op zijn is dat het hier om een non-profit organisatie gaat. Nou ja, onze opdrachtgever kun je moeilijk non-profit noemen, maar de sekte van de Christenen is, van oorsprong, wel degelijk non-profit. Ideologisch en idealistisch zelfs. Memo to self: als we nog een derde woord bedenken met ide erin hebben we onze slagzin.
Na ruim een uur, toen we weliswaar trilden van de caffeine, maar ons nog steeds niet in staat achtten tot het verrichten van arbeid, braken we de bijeenkomst op. Straks even de sympathieke Barnabas op de boot zetten en vanaf morgen aan de slag. Selling the Lord. Hallelujah!

maandag, september 25, 2006

2. Onze eerste buitenlandse klant

320/05/25 Vandaag is een grote dag in de nog jonge geschiedenis van Ingmar, Norbert, Ryland & Iscariot Jr. Vandaag haalden we onze eerste buitenlandse klant binnen.
Het is ondertussen viereneenhalve maand geleden dat op een morgen de heer Barnabas zich op ons bureau vervoegde. "Ik vertegenwoordig een consortium uit Galilea", vertelde hij in vrijwel onverstaanbaar Engels. "We hebben een interessante opdracht voor u."

We voerden de heer Barnabas naar een van onze conferentiezalen en daar vertelde hij ons een ongelofelijk verhaal van een sekte die sinds een eeuw of twee, drie een marginaal maar vastberaden bestaan leidt in de landen rond de Middellandse Zee. Het consortium van Barnabas, een gezelschap van Joodse ondernemers uit Tiberias, had haar oog laten vallen op de sekte, die de leer aanhing van Jesus van Nazareth, volgens haar de zoon van de Schepper. Ze noemden zichzelf Christenen, naar de titel die ze Jesus hadden gegeven: Christus, de gezalfde. De sekte was net gelegaliseerd en een tijd lang trad het consortium op als sponsor van de Christenen. De gelovigen, veelal van eenvoudige komaf, waren al in de wolken als iemand een zaaltje voor hen huurde en dat aankleedde in de clubkleuren van de sekte. Wanneer er bovendien enkele eenvoudige tunieken beschikbaar werden gesteld, kon de weldoener rekenen op de eeuwige loyaliteit van deze wat wereldvreemde Christenen.

Omdat sponsoring het consortium weinig meer opleverde dan scheve blikken, medelijden en andere meewarig reacties besloten de magnaten tot een koerswijziging: ze namen het Christendom over. Ze kochten voor elke Christen een eenvoudig boerderijtje op de westelijke oever van de Jordaan en bezetten de leidinggevende posities met hun eigen mensen. Goed opgeleide managers met voldoende bestuurlijke ervaring.

Na een grondige reorganisatie die mede bestond uit het verdelen van de oude wereld in bisdommen, met aan het hoofd bisschoppen, en het aanstellen van een Paus, die de dagelijkse leiding over de sekte ging voeren, bedacht het consortium dat er twee mogelijkheden waren om de sekte aan invloed en macht te laten winnen: geweld en overreding. Ze kozen voor een combinatie van de twee. En hoewel de leden van het consortium zelf zeker over overredingskracht beschikten besloten ze deskundige buitenstaanders uit te nodigen om zoveel mogelijk mensen te bekeren tot het christendom. Hun keuze viel op een bureau uit de nieuwe wereld, het New Yorkse Ingmar, Norbert, Ryland en Iscariot Jr.
Vandaag hebben we de contracten getekend die ons bureau minstens tien jaar werk op gaan leveren.

zondag, september 24, 2006

1. De lonely surfer

Inri Inc. is een eeuwenoud reclamebureau gevestigd in Manhattan, New York. Het wordt sinds jaar en dag geleid door vier partners. Neville, Ingerson, Ramirez en ikzelf, Isaacs.
Okay, we hebben betere tijden gekend, maar we zijn nog steeds een speler om rekening mee te houden. Sinds kort werkt bij ons een stagiair die zich de lonely surfer laat noemen. Een vreemde snuiter, mogen we wel zeggen, die via de buurman van de broer van een goede klant, of een soortgelijke kluwe van zakelijke en persoonlijke relaties, bij ons terecht is gekomen. We weten niet eens precies welke opleiding hij volgt.

Mede vanwege zijn weinig representatieve uiterlijk stelden we de lonely surfer te werk in de archieven van ons bedrijf. "Het doen van research naar de eerste klanten van Inri Inc. Of I.N.R.&I. zoals we in die begindagen heetten." Zo luidde zijn opdracht. Welgemoed en voorzien van een klembord en pen daalde onze stagiair af naar de spelonken van ons bedrijf.

Het duurde vele maanden voordat hij weer opdook. Eerlijk gezegd waren we zijn bestaan totaal vergeten, toen er een week geleden geklopt werd op de deur van de directiekamer. De lonely surfer en zijn klembord stapten naar binnen, opwinding won het van angst. Wat de stagiair te vertellen had rechtvaardigde zijn opwinding ten volle. Tussen de eeuwenoude papieren was hij een logboek tegengekomen waarin Iscariot, een van de vier partners van I.N.R.&I, een case beschreef die je wel als laatste zou verwachten in de archieven van een New Yorks reclamebureau. Een case en een klant die de wereld van de marketing, alle werelden zelfs, op hun grondvesten zou doen schudden.

We konden de ontdekker van deze schat natuurlijk niet aan de kant schuiven, dus we besloten in overleg met de jongen dat hij de entries in het antieke logboek zou vertalen in postings van een hedendaags weblog. Later bekijken we wel hoe we de geschiedenis beter kunnen inzetten.
Dit is de blog van onze stagiair, de lonely surfer. Dit is het verhaal van de grootste klant van Ingmar, Neil, Ryland en Iscariot Jr.